Ze waren de laatsten. De aarde was al lang geleden verdwenen, verzwolgen. Toen koos de ander voor Verlichting en hij verdween, hij loste op in de ruimte en werd verenigd met het alles en met het niets.
De overgeblevene keek om zich heen. Er was niets. Hij was alleen. En hij overdacht het verleden: de oerknal, het ontstaan van de sterren en de planten uit de gaswolk, en dan de aarde, door een zeldzaam toeval de bakermat van het leven, waar replicerende moleculen zich ontwikkelden tot amoeben, amoeben tot mensen, mensen tot supermensen met alle mogelijkheden om te scheppen en te vernietigen tot het heelal op was, en tenslotte de overgang van supermensen naar zijn ras, een vrije wolk van gedachten, waarvan ieder op zijn beurt voor het oneindige koos. En terwijl hij dit in alle uitgebreidheid en gedetailleerdheid overdacht, viel het hem in om nog een laatste ding te doen.
Uit het niets schiep Hij een ronde vurige bol, en Hij liet deze afkoelen met regens, en Hij schiep de sterren en de zeeen, de planten en de dieren, en uiteindelijk: de mens, in al zijn puurheid en onschuld, om het over te kunnen doen en beter. Toen koos ook Hij voor het oneindige en verdween.
Einde.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten