dinsdag 31 augustus 2010
zondag 15 augustus 2010
Wonderkind
Wonderkind
Hij speelde de harp. En terwijl hij speelde, ontstond er in zijn hoofd een beeld. Een beeld van de aarde, een blauwwitte bol met donkere lapjes ertussen. En neerdalend naar die bol, verrees een landschap, een kaal landschap wat hij vormde als klei. Heuvels en bergtoppen bekleedde hij met lappen sneeuw en weiden van gras. Bomen plantte hij op lagergelegen gebieden, of juist dophei. Of soms, stukken niks, dorre en droge woestijn, want verschil moet er zijn en brengt variatie en laat het meer waarderen van wat er wel is. Hij keek ernaar en zag dat het goed was. Een stil landschap strekte zich onder hem uit en hij was tevreden.
Hij speelde de harp. Hij keek naar de wereld. Schitterend, groots en tegelijkertijd eenzaam en verlaten. Hij plaatste vogels, en hun fluiten vulde het landschap. Hij zette witte wolken van schapen in de groene weiden. Tussen de bomen verschenen herten. Zijn creativiteit leek onuitpukkelijk. Terwijl hij het ene dier neerzette kreeg hij inspiratie voor het volgende dier, ideeen die niet paste bewaarde hij en hij had het ene dier nog niet bedacht of de volgende kwam. Of soms spatte hij uit in uitbundigheid en ontstond er iets als een vogelbekdier, of een vliegend zoogdier. Briljant klonk zijn spel. Maar de noten klonken scherper en feller: de vogels hadden honger! Hij bedacht een voedselketen, verzon een ecosysteem, daar waren de insecten, klein maar variabel en in hun variatie kon hij zich meer dan ooit tevoren uitleven. De originaliteit spatte eraf en knalde eruit! Overal bewoog en speelde het.
De insecten verdwenen, werden schaars en opgegeten. Hij bedacht de voortplanting, het feit dat de insecten elkaar ontmoetten en samen nieuw leven creeerden, een eigen vrolijke noot in de bijdrage van zijn schepping. Dat was mooi! Bij de grotere dieren en de vogels deed hij hetzelfde, daar was er nog een laag van charme overheen, van baltsgedrag, paringsdansen, het kon niet extravagant genoeg, deze ontmoeting, nee versmelting van de twee geslachten. En de dieren mochten baren, droegen hun jongen mee in hun buik tot ze met huid en botten en al op de wereld konden staan. De vogels kregen nog iets mooiers, eieren waarin de beestjes groeiden, van de buitenwereld beschermd door een stevige witte kalken laag.
Het werd druk op zijn wereld. Zijn spel was vol en geladen, de noten drongen op elkaar, als ze op papier hadden gestaan waren het zwarte vlekken geweest van allerlei sonades. Het paste niet meer in zijn handen, zijn wereld zat vol en barstte uit zijn voegen. Noten stierven omdat zijn handen het niet meer konden dragen en vogels verdwenen in het niets. Dat kon zo niet doorgaan, zijn spel dissoneerde en de harp begon vervaarlijk te trillen in zijn handen. Hij bedacht een regulerende stap en introduceerde de roofdieren en de dood, door ouderdom. Het leven golfde heen en weer, lagen van vogels vlogen her en der, arenden en vossen hielden wreed de standen in toom en deden de vogels slinken; arenden en vossen stierven door gebrek aan prooidieren en de hoeveelheid van die dieren nam weer schrikbarend toe, golven vlogen heen en weer. Proofdieren pasten zich aan, letten op, evolueerden. Jagers deden hetzelfde, specialiseerden zich tot snelle renners, scherpe zieners. Er stelde zich een balans in. Het spel was evenwichtig en prachtig. Het ecosysteem was af en had hem niet meer nodig.
Hij vond het heerlijk om in die wereld te verkeren waar alles bewoog en leefde en krioelde. Uren was hij zoet om aanschouwend de draden te volgen van wat er was. En toch, in al dit primitieve leven miste hij iets, beschaving.
Hij bedacht de mensen, met hun cultuur, hun vorming van de wereld, hun stallen en huisjes en boerderijen. Graanvelden die zij aanlegden om zichzelf in leven te houden, dorpen waarin zij zich konden specialiseren en steden en kastelen waarin edele lieden zich konden vermaken met bestuur, semi-wetenschap en een afspiegeling van zijn spel. Mozart speelde daar, een bekende melodie die hij lang geleden had gespeeld maar inmiddels verre had overtroffen, overschoten, allereerst vervolmaakt maar daarna zoveel meer, verdubbeld, vertienvoudigd en vervuld. Melodielijnen regen zich aan elkaar, vlochten door elkaar heen, kwamen terug in nieuwe samenstelling, vervoerden de zintuigen naar het allerallerhoogste punt van puur genot.
En in een van de boerderijen maakte hij haar. Een meisje van een jaar of 11, lieflijk, zingend en neuriend, vlechtend aan een mand van riet. Hij maakte haar, gaf haar detail, een gezin, een omgeving, een boerderij, broers en zussen, en een geschiedenis, maar zij, zij vulde zichzelf in, haar gedachten waren van haar, niet van hem en zij was vrolijk en opgewekt en zonnig ook als hij het liet regenen kon ze lachend door de plassen spelen, als het ware betoverd door de druppels die op haar neervielen, een met zijn schepping, een met hem. En voor haar maakte hij de bloemen, exotisch ver weg, reusachtig groot en overdone, in zijn verliefdheid. En klein, schattig en bedaard wat zo goed bij haar paste, felblauwe korenbloemen, klaprozen, gele ..., wat allemaal zo goed bij haar paste, in haar haar, in haar zelfgevlochten mand. En hij hield van haar en wilde bij haar zijn en werd een jongetje wat over het veld kwam aanlopen met een grote bos bloemen en haar groette en zij was open voor hem en hij was open voor haar en ze praatten met elkaar en ze keken naar de zonsondergang en de sterren en hielden elkaars handen vast en waren samen voor altijd.
Mama was vervuld van het spel. Hendrik was een goede speler, maar dit was reusachtig, hij overtrof zichzelf, hij overtrof zichzelf een duizendvoud, het begon met Mozart maar improviseerde alle kanten op, zo mooi dat ze ervan vervuld raakte, het ontroerde, in haar hoofd was niets dan de muziek en dat ging door en door en door en de tijd leek stil te staan. En toen, na een hele lange tijd, het hadden dagen kunnen zijn, hield het op. Ze keek op naar Hendrik. Hij was dood. Ze wist het en moest huilen en tegelijkertijd was het zoals de dokter had gezegd, en er stond een glimlach op haar gezicht en de muziek bleef haar bij in haar gedachten voor altijd, de muziek zou daar blijven en haar steunen in moeilijke tijden en nieuwe broertjes en zusjes van Hendrik zouden haar deze horen neurien en erop gesteld zijn; nu had ze tranen van verdriet en geluk.
Abonneren op:
Posts (Atom)