woensdag 1 augustus 2012

Zwart bloed

Gnarkl strompelde door het woud. Uit zijn been stroomde bloed. Zwart kleefde het aan zijn vingers. Het leek gestold te zijn, gelukkig.

Trompetgeschal in de verte.

Hij keek om zich heen. Daar rechts, dat leek wel een geschikt bosje om zich in te verstoppen! Hij kroop erin weg. Als je goed keek kon je zijn ogen nog tussen de bladeren door zien, angstig en bibberend voor zijn achtervolgers.

En wat had hij hen nu eigenlijk misdaan? Een brood gestolen, dat was alles. Hij moest toch ook eten? En een stuk ham, ja dat was waar, misschien wat overmoedig. Als die bemoeial van een snertjongen dat nu niet had gezien en niet zijn keel open had gezet.

De paarden kwamen dichterbij. Gnarkl kroop nog verder naar achteren. Het hoefgeslag en het geritsel van takken en bladeren was nu te horen. Maar: geen geblaf van honden! Groot verscheen een witte schimmel in zijn gezichtsveld. Kadoem kadoem klopte zijn hart. Maar de ruiter leek hier niets van te horen, noch het paard, en beide reden door!

Gnarkl bleef verstijfd zitten. Lang nadat de geluiden in de verte waren verdwenen plofte hij achterover. Stijf maar gelukkig, want in zijn ransel had hij het brood en de ham; en hij deed zich er tegoed aan totdat zijn buik rond was en toen at hij nog een beetje want wie weet wat de volgende dag hem zou brengen en een mens (en ook een ork) leeft maar een keer.

Geen opmerkingen: